De werkelijke betekenis van winnen...

Inhoudsopgave van de brochure
- Merk op dat de 3 categorieën van de CBAS in de brochure terugkomen als onderwerp van coach-gedrag.
- In de brochure is bij elk onderwerp de van toepassing zijnde "Do" en "Don't" weergegeven.
- De "doen" en "niet-doen" voorbeelden die in de brochure staan bij "Goed leerklimaat" zijn ter illustratie bijgevoegd.

1. Reageren op het gedrag van sporters in spelsituaties
A. GOED SPEL
B. FOUTEN
C. WANGEDRAG, GEBREK AAN AANDACHT

2. Positieve ontwikkelingen stimuleren en een goed leer-klimaat creëren
- DOEN: geef aanwijzingen. Maak je rol als coach waar. Probeer deelname zo te structureren dat het een leerzame ervaring wordt waarin jij de sporters helpt zo goed mogelijk te worden. Geef altijd aanwijzingen op een positieve manier. Vervul de wens van de sporters om hun vaardigheden te verbeteren. Geef aanwijzingen op een duidelijke, beknopte manier en laat zo mogelijk de vaardigheden op de correcte manier zien.
- DOEN: geef ondersteuning. Moedig inzet aan, vraag niet om resultaten. Gebruik aanmoedigingen selectief zodat ze betekenis houden. Geef steun zonder je als een 'cheerleader' te gedragen.
- DOEN: concentreer je op de wedstrijd. Zorg dat je met de sporters 'in de wedstrijd' bent. Geef zelf het goede voorbeeld voor de eenheid van het team.
- NIET DOEN: instructies of aanmoediging geven op een sarcastische of denigrerende manier. Maak je punt en laat het daarbij. Laat zogenaamde aanmoediging niet irritant worden voor de sporters.