De werkelijke betekenis van winnen...

Tijdens het jaaroverzicht sport van 2014, onder de naam 'Studio Brasil' uitgezonden op 28 december 2014, maakt de bondscoach van de Nederlandse short-trackers er geen geheim van: "In onze sport heb je sparring partners nodig. We hadden nooit van Federer (de Zwitserse tennisser, JvR) gehoord als ie niet iemand anders had die de bal terug zou slaan. Dat geldt bij ons ook. Sjinkie (Knegt, de 'aanvoerder' van de Nederlandse mannen, JvR) was geen Sjinkie geweest als hij niet acht, negen man op 't ijs heeft waar ie mee kan sparren dagelijks."

Sjinkie wint in 2014 Olympische medailles, wordt met het team ook wereldkampioen, maar niemand kent de sparring-partners die Sjinkie elke dag opnieuw tegenstand bieden.

Een onwaarschijnlijk mooi voorbeeld van de sparring partner ontdekte ik in een boekje dat ik in november 2014 in handen kreeg. Het boekje (151 pagina's) beschrijft dat de werkwijze van de beroemde Amerikaanse basketball-coach John Wooden: You haven't taught until they have learned. De eerste druk van 2006 is in de tweede druk van 2010 aangevuld met getuigenissen die duidelijk maken dat de Wooden-methode werkt, op elk niveau van sportbeoefening. De titel van het boekje geeft perfect weer vanuit welk uitgangspunt coach Wooden aan het werk was.

John Wooden was hoofdcoach van het 'college'-basketball-team van de University of California in Los Angeles (UCLA) in de periode 1948 tot en met 1975. Hij was uiterst succesvol: behaalde een 'win-loss ratio' van 80,4% (van de in totaal door hem gecoachte 826 wedstrijden werden er 664 gewonnen). Ter vergelijking: voetbalcoach Frank de Boer is de afgelopen jaren vier keer achtereen kampioen van Nederland geworden; hij heeft in die periode 63,9 procent van de competitiewedstrijden gewonnen. Louis van Gaal heeft bij Ajax een fantastische succes-periode meegemaakt van 1991 tot en met 1997. In die 6 seizoenen werd hij 3 keer kampioen. Onder hem werd 69,1% van de competitie-wedstrijden gewonnen. Nota bene: coach Wooden wint 80% van de competitiewedstrijden gedurende een periode van ruim 25 jaar!

In die periode werd ook, in een tijdsbestek van 12 jaar, 10 keer het NCAA-kampioenschap gewonnen (het landskampioenschap van de V.S. voor amateurteams). Ook deed zich een periode voor van 88 opeenvolgende gewonnen wedstrijden (terwijl in een seizoen 30 wedstrijden worden gespeeld). Een zeer bijzondere, en bijzonder succesvolle coach dus. Niet mag worden vergeten dat spelers maximaal drie jaar in een 'college'-team mogen/kunnen spelen...


Het genoemde boekje is geschreven door Swen Nater en Ronald Gallimore. Nater speelde als jongeman 3 jaar onder Coach Wooden, van 1970 tot 1973. Vanaf het eerste moment was coach Wooden duidelijk over de rol die hij voor hem in het team voor ogen had. Swen Nater zou de sparring partner moeten zijn van een van de startende spelers, Bill Walton:

"On my recruiting visit to UCLA, Coach was candid. Very candid. He told me I would probably never receive much playing time in games, but that I would practice every day against the best college center in the country. He promised the experience would help me reach my potential, provided I put in the effort required.

Although I knew before enrolling at UCLA I would be a backup, that didn't change the reality I faced during my three years on the team. Like all young athletes, I wanted to play in games, but that was not to be. I was backing up Bill Walton, a storied high school player who became a three-time NCAA player of the year. He was dubbed by the media as the leader of the 'Walton Gang' that dominated collegiate basketball, winning games by an average of 30 points and putting together two perfect seasons with 30-0 records. For all practical purposes, many of our games were decided before halftime. For the most part, the only playing time I enjoyed was at the end of games when the outcome was no longer in doubt. At time, I became frustrated and discouraged, which put my motivation to practice and learn at risk." (pp. 2-3)

Swen Nater (een Nederlandse jongen uit Den Helder, die op zijn 9e naar de V.S. emigreerde) hield vol, maar kreeg, ondanks de knie-problemen die Bill Walton in diens derde jaar ondervond, niet meer speeltijd. 'Onderweg' waren er wel opstekers. Zo kreeg Nater na zijn tweede jaar van coach Wooden te horen dat hij voor hem een uitnodiging had geregeld voor de 'Olympic trials', de selectie voor het Amerikaanse Olympische basketbalteam (dat in die jaren nog volledig uit amateurs bestond); hij werd gekozen, maar werd tijdens de pre-olympische trainingen ziek en moest afhaken. Na zijn derde jaar speelde hij de sterren van de hemel in de 'All-Star Game' en werd in de eerste ronde van de NBA-draft gekozen. Hij speelde o.a. voor San Antonio Spurs, New York Nets, en Los Angeles Lakers. Zijn professionele loopbaan sloot hij af bij Udinese in Italiƫ.

Swen Nater had, na zijn 'college'-periode bij UCLA, een professionele loopbaan als basketballer van 12 jaar: "My teacher had taught me well" (p. 11), zegt hij er zelf over. In Wikipedia staat bij Swen Nater: 'a retired Dutch professional basketball player' en 'never started a collegiate game'. En ook: 'his primary role was helping to develop Bill Wlton in practice'. Zelf zegt hij (p. 20): 'At UCLA, I was a practice player, but I went on to play 12 years of professional basketball, mostly as a starter'.

Zouden er meer van dergelijke verhalen zijn, van sporters die hun opleidingsjaren vooral als sparring partner vulden, maar daarmee wel voldoende leerden om er vervolgens een mooie, al dan niet professionele, topsportloopbaan mee op te bouwen?

JvR (januari 2015)

PS Eerder werd op deze site al eens aandacht besteed aan coach John Wooden: zie 'actueel' d.d. 18-2-2007: A story bigger than basketball, met daarbij ook de bijzondere omschrijving die Wooden aan 'succes' geeft...