De werkelijke betekenis van winnen...

Wimbledon is weer begonnen. Er wordt in juli 2017 geklaagd over het gras, dat te stug en te glad is en daardoor gevaar oplevert voor de spelers. Een facet dat je niet zo direct besproken ziet worden is dat van het verliezen doordat de sporter zijn/haar gedachten niet onder controle houdt. Het zit dan, zoals dat heet, niet goed tussen de oren. En dat is van alle jaren, niet slechts anno 2017...

Ik trof er een mooi voorbeeld van aan in het boekje  Björn Borg en Wimbledon (2012, NL vertaling, 186 pp, klein formaat; oorspronkelijk in het Zweeds uitgegeven in 2011). De auteur van het boekje is Sune Sylvén, een gerespecteerd sportjournalist en oud chef-sport van Svenska Dagbladet. De omslag toont Borg, na het winnen van de vijfde opeenvolgende titel op Wimbledon in 1980.

De Wimbledon finale van 1980 bij de mannen gaat tussen de Zweed Björn Borg en de Amerikaan John McEnroe. Een titanengevecht, waarin de spelers elkaar weinig toegeven. John McEnroe komt op 2-2 in sets door een lange tie-break (18-16) te winnen. McEnroe verlengde de wedstrijd met de hakken over de sloot naar een vijfde set, want Borg had zeven matchpoints niet kunnen verzilveren. Dan volgt, op p 131, de volgende passage:

‘Het was ongelooflijk zwaar om na deze tiebreak naast de stoel van de umpire te gaan zitten,’ zegt Björn. ‘Ik dacht dat ik de partij had verloren. Je serveert voor de wedstrijd en het gaat mis, verschrikkelijk. Ik was er een flinke tijd down van.’ Een mogelijk voordeel van Borg was juist de euforie die McEnroe overspoelde, maar daar kon de Zweed alleen maar een vermoeden van hebben. 'Ik wist dat ik de wedstrijd had gewonnen,' schrijft McEnroe in zijn boek Serious.

Maar dat bleek toch niet het geval. McEnroe had zich laten leiden door zijn emotie, want in de realiteit was de stand gewoon in evenwicht: 2-2, en een beslissende vijfde set te gaan. Over die periode, na het winnen van de tiebreak en het gelijk trekken van de set-stand (2-2), zegt McEnroe, in zijn autobiografie Serious (2002, p 123-124) het volgende:

And then when I finally won it, 18-16, I knew I’d won the match. Knew it.

I thought Bjorn would be utterly deflated after losing that tiebreaker – but whatever he had   inside him was beyond anything I could imagine. He was not only undiscouraged, but physically, he was still going strong.

I wondered how this could even be possible. I had forgotten my fatigue during the tiebreaker, but now I was beginning to remember it. Borg served the first game of the fifth set, and I hit a couple of good returns to go up to love-30 – and then he started coming up with his big serves. As fatigued as I was, I wasn’t making him work hard enough on his serve.

I lost that first game, then held, and then we went into a pattern in which he was holding serve at love or 15 every time. I kept saying to myself, Oh, my God, I’ve got to break him now.

It never happened. When I saw how completely unperturbed he seemed about that fourth-set loss, and how he just kept getting stronger in the fifth, something in me wilted. He seemed totally fresh, and I was drained.

I was amazed. He had won four Wimbledons in a row! I kept thinking, Come on, isn’t enough enough? As the last set wore on, it became a war of attrition, which was exactly what I hadn’t wanted to happen: I just didn’t have enough gas left in the tank. Finally, I was barely hanging on: I couldn’t even win points on his serve.

Er is ook een YouTube filmpje van die wedstrijd: "We played this tremendous tie breaker. When I won it, I thought I was gonna win for sure", zegt McEnroe als commentaar bij de beelden.

Frappant, dergelijke gedachten - en die gedachten hielpen McEnroe niet in de laatste en vijfde set. Want Borg liet zich niet afleiden, toonde geen teleurstelling of inzinking na het verliezen van die lange tie-break:  bij de stand 6-7 in games, sloot hij de wedstrijd winnend af toen hij op de opslag van McEnroe weer twee matchpoints kreeg, bij de stand 15-40. Borg benutte het achtste matchpoint voor zijn vijfde opeenvolgende Wimbledon-zege.

Misschien is het toch ook wel relevant om op te merken dat in het boekje Björn Borg en Wimbledon wordt gemeld dat in de trainingen van Borg doorlopend veel nadruk lag op het belang van fysieke fitheid èn aan het nooit opgeven en er altijd in blijven geloven. Tegenwoordig zouden we dat laatste 'mentale veerkracht' of 'mentale weerbaarheid' noemen.

McEnroe keek met zijn opmerking vooruit, zag zich al winnen, na een verlenging in de vorm van een vijfde set uit het vuur te hebben gesleept. Hij bedroog zichzelf, was niet meer in het nu, maar vertoefde in zijn gedachten al in de toekomst. En verloor….  Zoals eigenlijk altijd als je droomt over iets na afloop van de wedstrijd terwijl de wedstrijd nog bezig is, en soms zelfs nog niet eens begonnen is…

Een CDNV zal de sporter(s) voorhouden en aan den lijve laten ervaren dat resultaat-denken eigenlijk altijd, maar zeker tijdens een wedstrijd, gevaarlijk is, omdat het ‘t risico inhoudt dat je het de tegenstander gemakkelijk maakt doordat je jezelf in slaap sust en droomt over iets moois terwijl je niet bezig bent met de ‘task at hand’. Het beheersen van de eigen gedachtenstroom: dat behoort tot de standaard-‘tools’ van de succesvolle topsporter, toen al, nu nog.

 

PS In de film ‘Wimbledon’ (2004) vind je er treffende staaltjes van, van de gedachten die in het hoofd van een tennisser voor onrust kunnen zorgen – en de film toont ook mooie beelden van de entourage, van het op en top Engelse tennispark...