De werkelijke betekenis van winnen...

In mijn bijdrage aan het NOC*NSF boek (2012, uitgegeven ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan) durfde ik het niet aan om een naam te noemen van een 'onaardige' coach (p. 37). Ik nam mijn toevlucht tot de scene waarmee de Italiaanse film 'One Man Up' (L'uomo in più, 2001, regie: Paolo Sorrentino) opent. Sinds afgelopen vrijdag heb ik een naam die er bij uitstek geschikt voor is, voor de 'onaardige coach'. Het gaat om een coach die zonder enige overdrijving 'onaardig' is in het kwadraat. Het is een coach wiens naam nu ook wel genoemd mag worden: hij is afgelopen week op 84-jarige leeftijd in Moskou overleden. Zijn necrologie stond dinsdag 25 november 2014 in het NRC Handelsblad. Sport-journalist Rob Schoof schetst vooral een portret dat gebaseerd is op sport-succes. De kop boven de necrologie is: 'Hij verloor nooit, behalve van een studententeam'. De necrologie wekt de indruk dat sport-succes en autoritair gedrag van de coach gekoppeld zijn. En daaruit zou de niet-goed-geïnformeerde lezer wel eens de conclusie kunnen trekken dat het zin heeft om met harde hand te regeren over sporters en/of een sportploeg.



Onlangs zag ik, op het IDFA 2014, een documentaire over de sportploeg van deze 'onaardige' coach: het Russische nationale ijshockeyteam. De onlangs overleden coach Victor Tichonov kon deze ploeg, met steun van KGB en Politburo, jarenlang met een waar schrikbewind in zijn greep houden. In de documentaire bleek geen enkele speler uit de succes-periode een goed woord over te hebben voor de coach. Aanvoerder Slava Fetisov zegt dat hem vaker gevraagd werd waarom hij wilde spelen 'for the guy who doesn't respect us as a human being'. In de documentaire wordt het antwoord wel duidelijk: er was voor de spelers geen keuze omdat in die tijd de Sovjet-Unie strict van bovenaf geregeerd werd, en individuele belangen altijd ondergeschikt werden gemaakt aan wat de 'leiding-gevende' voor ogen stond.


Het team was de trots van het Russische leger: het nationale team dat in de dagelijkse praktijk het team was van CSKA Moskou. Vandaar: 'Red Army'. Coach Tichonov was dus zowel clubcoach als nationale coach. In de documentaire blijkt hij een prima voorbeeld van de ware dictator, die niet alleen met harde (lees: onmenselijke) hand regeerde, maar ook niets te vrezen had van bovenaf zolang de resultaten 'goed' bleven. Er werden onder zijn bewind zeven wereldtitels gewonnen. In 1984 en 1988 werd olympisch goud behaald; in 1980 werd de olympische finale in Lake Placid verloren van het gastland, het eerder gememoreerde 'studententeam', een uit Amerikaanse 'college'-spelers bestaand team - in de V.S. staat deze winst bekend als 'the miracle on ice'.

Als coach had Tichonov het geluk dat hij de baas werd van een groep sporters die gevormd was door zijn voorganger, Anatoly Tarasov. Die laatste maakte het spel van het Russische team tot een 'passing game', dat ook in 2014 nog grenzeloze bewondering oogst, en waarvan in de documentaire enkele prachtige staaltjes worden getoond. Tarasov werd op last van de Sovjet-opperleider Brechnev vervangen door Tichonov, op voorspraak van de directeur van de KGB, met wie Tichonov bevriend was.

De belangrijkste spelers van dat team waren de aanvallers Vladimir Krutov, Igor Larionov en Sergei Marakov, de verdedigers Viacheslav Fetisov en Alexei Kasatonov, en de fameuze goalie VladislavTretiak. Dit team was jarenlang nagenoeg ongrijpbaar voor de internationale tegenstanders, zodat Tichonov zich over de resultaten weinig zorgen hoefde te maken.

Ter illustratie: van de zes spelers die in 2008 in het "IIHF Centennial All-Star Team" werden gekozen als ijshockeyspelers van de 20e eeuw, kwamen er drie uit dat legendarische team: Tretiak (1952), Fetisov (1958) en Marakov (1958). Het team van de 20e eeuw werd gecompleteerd met de CSKA-speler Valeri Kharlamov (1948-1981), de Zweed Börje Salming (1951) en de Canadees Wayne Gretzky (1961).

In de documentaire vertelt Fetisov dat een van de spelers Tichonov vroeg of hij zijn op sterven liggende vader mocht bezoeken. Het antwoord was botweg nee, want hij diende zich voor te bereiden op een (competitie-) wedstrijd. Het is een treffende illustratie voor deze 'onaardige' coach. Tichonov zou feitelijk de geschiedenis moeten ingaan als iemand die coachen terugbracht tot het temmen en drillen van mensen ten einde ijshockey-wedstrijden te winnen. Zoiets zou bij zijn voorganger, Tarasov, nooit zijn voorgevallen, omdat hij als een vaderlijke coach bekend stond, en juist zeer in de mens achter de sporter geïnteresseerd was. Tichonov won wellicht qua wedstrijden (bijna) alles, maar verloor eigenlijk onderweg' nog veel meer, met name het respect van alle personen over wie hij tussen 1977 en 1990 de baas speelde. Deze coach is dus vast en zeker geen 'Coach Die Nooit Verliest' in de betekenis die hieraan wordt gegeven op basis van het werk van Frank Smoll en Ronald Smith...

'Red Army' is een documentaire uit 2014 (Sony Pictures, 85 minuten), onder regie van Gabe Polsky (zelf een telg van Russische immigranten uit de Oekraïne, geboren en getogen in Chicago).

Zie de downloads voor een pdf-file van de bijdrage van JvR aan het NOC*NSF boek ('Een coach die nooit verliest - kan dat?', 2012, pp. 35-52).