De werkelijke betekenis van winnen...

Gedoodverfde favoriet. De eigen race rijden na die van de belangrijkste concurrenten. Het niet kunnen waarmaken. Een fenomeen dat zich bij TeamNL twee keer heeft voorgedaan tijdens de Olympische Spelen in Sotsji. En dat in het ‘team Kemkers’ een voorgeschiedenis kent.

Het overkwam Ireen Wüst in 2007. Ze had op de eerste dag van het EK Allround de 500 meter gewonnen, en de volgende dag ook de 1500m. In de afsluitende 5 km op het EK had ze, bovenaan staand na drie afstanden, een voorsprong van 14 seconden op Martina Sablikova. Die reed in de voorlaatste rit voor het eerst op buitenijs onder de 7 minuten: een wereldrecord! Voor Wüst, in de rit erna, betekende het dat ze een tijd van 7min, 10sec moest rijden om Europees Kampioen te worden. Dat moest geen probleem zijn. Wüst beet zich vast in die tijd, verkrampte en kwam op de streep 0,2sec tekort: met driehonderdste punt voorsprong werd Sablikova Europees Kampioen Allround.

Een ‘Coach die nooit verliest’ vermoedt dat resultaat-denken zich aandiende toen niet het schaatsen zelf, maar de noodzakelijke eindtijd uitgangspunt werd. Het is een context die bijna niet te negeren is. Juist vanwege die context ontvluchtte Epke Zonderland de turnhal, tijdens de Olympische finale in Londen 2012 – hij wilde niets weten van de beoordeling van de concurrentie, zich volledig focussen op zijn eigen prestatie, en wilde dan ook niet door sfeer en geluid van het publiek uit zijn concentratie worden gehaald en ongewild ‘ontdekken’ welke beoordeling een andere turner had gekregen. Dat zou hem immers een flard resultaat-denken meegeven…

In een kranten-artikel in 2009 werd duidelijk dat het incident van 2007 bij Ireen Wüst stevige bressen had geslagen in het zelfvertrouwen van de schaatsster. Onder de kop “Wüst kan eindelijk weer genieten” (NRC Handelsblad, 16 nov 2009) werd duidelijk dat ze tijd nodig had gehad om dat incident de baas te worden, om ervan te leren. Ze had weer moeten leren schaatsen vanuit wat in schaatsersjargon ‘ontspanning’ heet.
In termen van ‘Coaches Die Nooit Verliezen’ moest ze afleren het resultaat centraal te stellen, en zich te richten op ‘het proces’, op wat er gedaan moet worden om haar best mogelijke prestatie te leveren. Dan is technisch blijven schaatsen een belangrijke voorwaarde. Daar haalde Wust vervolgens haar voldoening uit. En frappant genoeg is die taak-uitvoeringsfocus, weten we uit wetenschappelijk onderzoek, nou juist ‘t beste om optimaal te presteren. Vandaar dat het volgende zinnetje in dat NRC-artikel boekdelen spreekt: “Bovendien slaagde ze erin zich niet te laten afleiden door gedachten aan het resultaat.”

De les die Ireen Wüst noodgedwongen leerde, is er overigens één waarvoor toppers wel vaker op herhaling moeten. Door veel, en belangrijke wedstrijden, te winnen, lijkt het eerder om het resultaat te gaan draaien, in plaats van om de technische uitvoering van de sport-taak. Sanya Richards, de in Jamaica geboren Amerikaanse, werd in 2009 door de IAAF (wereldatletiekfederatie) gekozen tot de beste atlete van de wereld. Zij was ook ooit de weg even kwijt: ‘Ik was helemaal gefocust op winnen en medailles vergaren’. Hoe Usain Bolt haar op het rechte spoor bracht, is te lezen in een eerder stukje in deze rubriek (Actueel: ‘Resultaat-denken in de sport (5)’, d.d. 18-02-2010).

JvR 23-2-2014